Info voor Ouders
 

De oorzaak van een tweelingzwangerschap

Men weet nog altijd niet wat de oorzaak is van een eeneiige tweelingzwangerschap. Eeneiige tweelingen komen voor in 1 op 250 van alle zwangerschappen en dit is een constante over heel de wereld. Het ontstaan van eeneiige tweelingen wordt niet beïnvloed door ras, genetische factoren of door pariteit (= het aantal kinderen die men reeds gebaard heeft).

Bij het onstaan van een twee-eiige tweelingzwangerschap zijn er wel een aantal beïnvloedende factoren:

  1. Ras: het voorkomen bij blanken is 1 op 80 zwangerschappen. Bij de zwarte bevolking is dit cijfer 2x zo hoog en bij de japanners 2x zo laag
  2. Erfelijkheid: er bestaat een gen dat ervoor zorgt dat men meer kans heeft op een twee-eiige tweelingzwangerschap. Dit gen kan zowel langs moederzijde als langs vaderzijde overgeërfd worden. De vader kan dit niet tot uiting brengen, maar kan dit gen wel doorgeven aan zijn kinderen. Eén persoon op veertien is drager van dit gen. Als een vrouw drager is, dan heeft ze bij iedere zwangerschap één kans op tien om te bevallen van een twee-eiige tweeling.
  3. Pariteit & leeftijd: hoe hoger de leeftijd van de moeder en hoe meer kinderen ze al gebaard heeft, hoe meer kans dat ze heeft om zwanger te worden van een twee-eiige tweeling.
  4. Artificiële inductie van de ovulatie (= kunstmatig op gang brengen van de eisprong): men heeft veel meer kans op een twee-eiige tweelingzwangerschap bij het gebruik van ovulatie-stimulerende middelen. De kans bedraagt hier ongeveer 95%.

Eeneiige en twee-eiige tweelingen

Tweelingen worden ingedeeld in twee hoofdgroepen: eeneiige of monozygote en twee-eiige of dizygote tweelingen.

Eeneiige tweelingen hebben zich uit één bevruchte eicel ontwikkeld. Ze worden ook wel de identieke tweelingen genoemd en ze komen voor bij ongeveer 3 à 4 per 1000 zwangerschappen. De splitsing van de bevruchte eicel kan op verschillende tijdstippen gebeuren. Wanneer dit gebeurt binnen de 3de dag na de bevruchting dan spreekt men van een dichoriaal-diamniotische zwangerschap. Dit type komt voor bij 30% van de eeneiige tweelingzwangerschappen. Deze tweelingen hebben een eigen amnion (=binnenvlies), chorion (=buitenvlies) en placenta (=moederkoek).

Wanneer de splitsing gebeurt tussen de 4de en 7de dag na de bevruchting dan spreekt men van een monochoriaal-diamniotische zwangerschap. Dit betekent dat de tweeling een gemeenschappelijke placenta en chorionvlies delen, maar elk een eigen amnionvlies hebben. Dit komt voor in ongeveer 70% van alle eeneiige tweelingzwangerschappen.

(www.mombaby.org, 2006)

Wanneer deze splitsing gebeurt na de 8ste dag dan spreekt men van een monochoriaal-monoamniotische tweelingzwangerschap. Hier deelt de tweeling alles: de placenta, het chorionvlies en het amnionvlies. Dit komt slechts voor in 2% van alle eeneiige tweelingzwangerschappen.

(www.mombaby.org, 2006)

In zeldzame gevallen kan er nog splitsing optreden tussen de 13de en 15de dag na de bevruchting. Hier is er geen volledige splitsing meer mogelijk en spreekt men van siamese tweelingen. Deze tweelingen zijn deels met elkaar vergroeid en kunnen alleen operatief van elkaar gescheiden worden als ze geen gemeenschappelijke vitale organen delen.

Twee-eiige tweelingen zijn ontstaan uit twee eicellen die elk afzonderlijk bevrucht werden door een verschillende zaadcel. Twee-eiige tweelingen komen het frequentste voor: ongeveer 7 tot 11 per 1000 geboortes. Deze tweelingen zijn genetisch niet identiek en vertonen evenveel gelijkenis als gewone broers en zussen. Ze kunnen beide een verschillend geslacht hebben, hetgeen bij eeneiige tweelingen niet het geval is. Deze tweelingen hebben altijd een eigen placenta, chorion en amnion. Het gebeurt wel dat de placenta’s vergroeien.

(www.mombaby.org, 2006)

Waarom de zygositeit (eeneiig of twee-eiig) bij de geboorte bepalen?

De drie voornaamste redenen situeren zich op medisch, wetenschappelijk en persoonlijk vlak.

1. medische redenen

Zygositeit speelt een belangrijke rol bij orgaantransplantaties en overerving van specifieke ziektebeelden. Als de tweeling eeneiig is, dan zijn zij voor elkaar de perfecte orgaandonor omdat zij genetisch identiek zijn. Als één lid van een eeneiige tweeling een bepaald ziektebeeld heeft, dan zal men zeker zijn tweelingbroer/-zus ook moeten controleren. Als dit een erfelijke ziekte is, zullen zij beide hetzelfde ziektebeeld hebben.

2. wetenschappelijke redenen

Tweelingen zijn een goudmijn voor wetenschappelijk onderzoek wat betreft erfelijkheid. U kan hierover meer vinden bij het onderdeel ‘EFPTS & wetenschappelijk onderzoek’.

3. persoonlijke redenen

Vaak willen ouders weten of hun tweeling eeneiig of twee-eiig is, dit om verschillende redenen: interesse, om in te schatten wat het risico is om opnieuw een tweeling te hebben (erfelijkheidsfactor bij twee-eiige tweelingen), om te kunnen antwoorden op de veelgestelde vraag ‘zijn ze identiek?’ en nog veel andere redenen. Het is belangrijk dat ouders al bij de geboorte weten dat hun tweeling eeneiig is. Hoewel deze kinderen een grote verbondenheid zullen hebben, is het belangrijk dat je hen leert ontdekken dat ze twee afzonderlijke mensen zijn. Men heeft soms de neiging te spreken van ‘de tweeling’, maar men moet er rekening mee houden dat dit twee afzonderlijke personen zijn met verschillende wensen en capaciteiten die zich geleidelijk aan verschillend zullen ontwikkelen.

Hoe kan men de zygositeit bepalen?

  1. Het geslacht: hebben de kindjes een verschillend geslacht dan zijn ze zeker twee-eiig. Bij een gelijk geslacht dan kunnen ze zowel een- als twee-eiig zijn.
  2. Via placenta-onderzoek: onderzoek van de placenta en de vliezen. Is de placenta monochoriaal, dan is de tweeling monozygoot. Is de placenta dichoriaal, dan kan de tweeling zowel een- als twee-eiig zijn.
  3. Bloedgroepen: hebben de kindjes een verschillende bloedgroep dan zijn ze twee-eiig, maar als de bloedgroepen gelijk zijn kan dit zowel een eeneiige als een twee-eiige tweeling zijn.
  4. DNA: wanneer men via de vorige methodes geen uitsluitsel kan geven over de zygositeit. Eeneiige tweelingen hebben een identiek DNA-profiel. Bij twee-eiige tweelingen is het DNA-profiel verschillend.DNA-analyse kan gebeuren op een klein stukje placenta of wangslijmvlies van elk lid van de tweeling. Het grote voordeel van een DNA-test schuilt in zijn eenvoud. Een wattenstaafje met wangslijmvlies van beide kinderen is genoeg om het DNA-profiel te onderzoeken. Bloed prikken is dus niet meer nodig. Wangslijmvlies afnemen is pijnloos en kan op elke leeftijd gebeuren. DNA-analyse wordt gebruikt sinds 1982 bij het EFPTS.

Weetjes over tweelingen

Wereldwijd zijn er ongeveer 50 miljoen tweelingen. Er zijn landen waar heel veel tweelingen worden geboren zoals Nigeria. Daar bevalt 1 op de 22 vrouwen van een tweeling (in België is dit 1 op 80 vrouwen). In Japan worden er maar weinig tweelingen geboren ( 1 op 150 bevallingen). Sommige volken krijgen meer tweelingen dan andere, ook in sommige families is dit op te merken. Genetische aanleg & ras spelen hier een rol.


Waarom er zich in eitje in tweeën deelt, is een groot mysterie. Men heeft via onderzoek de reden proberen te achterhalen, maar de oorzaak is nog niet ontdekt.


Er werden wel eens tien-, negen- en achtlingen geboren, maar de baby’s waren telkens te klein en te zwak om te overleven. Er zijn wel al twee zevenlingen bekend op de wereld die alle zeven zijn blijven leven.


In 1811 werd de tweeling Chang en Eng geboren. Bij de geboorte bleek dat ze op borsthoogte met elkaar verbonden waren en deze tweeling ging als circusact de wereld door. Ze noemden zich ‘De Siamese Tweeling’ omdat ze in Siam (=Thailand) geboren waren. Vanaf dat moment werden alle tweelingen die aan mekaar vastzitten Siamese tweelingen genoemd.


Gemiddeld geboortegewicht van een tweeling: meisje: 2483 gram, jongen: 2684 gram

Gemiddelde geboortelengte van een tweeling: meisje: 45 cm, jongen: 47 cm


Wist je dat tweelingen vaker linkshandig zijn dan eenlingen? Niemand weet waarom.


Hebben eeneiige tweelingen dezelfde vingerafdruk? Een tweeling heeft nooit volledig identieke vingerafdrukken. Ieder mens heeft een verschillende vingerafdruk, ook de eeneiige tweelingen die verder identiek zijn. Het kan wel zijn dat de vingerafdrukken erg op elkaar gelijken. Dit komt omdat de vingerafdrukken deels genetisch bepaald worden, maar ook voor een gedeelte door externe factoren: hoe iemand in de baarmoeder ligt, waar er druk wordt uitgeoefend,...


Ongeveer 25% van de tweelingen worden geboren als gespiegelde eeneiige tweelingen. Fysieke kenmerken (zoals bijv moedervlekken) verschijnen op exact de tegenovergestelde plek. Als de ene helft van een tweeling linkshandig is, is de andere dan rechtshandig. Soms zijn zelfs de interne organen zoals het hart en de longen gespiegeld.


40% van de tweelingen heeft tussen anderhalf en tweeënhalf jaar een eigen taaltje. Vaak verdwijnt dit taaltje heel snel omdat ze in deze periode ook gewoon leren praten. Hoe meer je tegen hen praat, zingt,...hoe sneller ze dit taaltje kwijt geraken. Vaak vullen tweelingen ook elkaar aan: als de een verhaaltje begint, maakt de andere het af.