EFPTS
                                                                                                      

Historiek

Het register werd gestart door Prof. Robert Derom en Prof. Michel Thiery, beide gynaecoloog, aan de universiteit van Gent. In 1988 nam Prof. Robert Vlietinck, pediater en geneticus aan de Katholieke Universiteit Leuven, er de leiding van over. Heden ten dage wordt het register grotendeels ondersteund door de Katholieke Universiteit Leuven (Centrum Menselijke Erfelijkheid), de Universiteit van Maastricht, Twins vzw -Vereniging ter Ondersteuning van het Wetenschappelijk Onderzoek bij en voor Meerlingen- en sinds 2005 de provincie Oost-Vlaanderen, dienst gezondheid. In de vakliteratuur is het register bekendonder de naam "East Flanders Prospective Twin Survey (EFPTS)".

Doelstellingen

Het Oost-Vlaams Meerlingenregister is een prospectief en populatie-gebonden register van meerlingen in de provincie Oost-Vlaanderen, België. Sinds juli 1964 worden alle placenta's (moederkoek) van de Oost-Vlaamse meerlingen onderzocht.

Hierdoor kan men de eeneiige tweelingen indelen naargelang de hoeveelste dag na de bevruchting de eicel zich splitste (tussen de 1ste en de 12de dag). Eens de placentaverloren is, kan er nooit meer indeling op deze basis gebeuren. Wat deze indeling betreft, is het EFPTS uniek in de wereld.

De geboorte van iedere meerling wordt gemeld en een vooropgestelde vragenlijst wordt ingevuld door het medisch / paramedisch personeel op de kraamafdeling. Zo verkrijgt men de basisgegevens over de zwangerschap, baring en vroeg neonatale periode. De medewerking van artsen en kraamafdelingen, op vrijwillige basis, is heel enthousiast zodat de grote meerderheid (heden ten dage meer dan 98%) van de meerlinggeboortes wordt geregistreerd.

De placenta wordt afgehaald door een vroedvrouw van het Oost-Vlaams meerlingenregister voor onderzoek van de vliezen en bepaling van het type tweeling (een- of twee-eiig). Van elk kind wordt een stukje placentaweefsel bewaard bij -20°C.

    Het EFPTS heeft vier hoofddoelen:
    1. bepalen van de zygotie (eeneiig of twee-eiig)
    2. bepalen van het tijdstip van splitsing van de bevruchte eicel bij eeneiige tweelingen
    3. epidemiologie: men gaat de evolutie na van het aantal meerlingen in de tijd
    4. wetenschappelijk onderzoek

EFPTS & wetenschappelijk onderzoek

Belang van tweelingstudie

De laatste jaren kent de moleculaire biologie een snelle ontwikkeling waardoor men steeds meer inzicht krijgt in het mechanisme van de erfelijkheid. Er blijven echter nog veel vragen onbeantwoord. Men blijft zich afvragen wat de impact is van de omgeving maw wat de verhouding is tussen erfelijke aanleg en omgevingsinvloeden. Via wetenschappelijk onderzoek probeert men te achterhalen wat er aangeleerd is en wat er aangeboren is. Dit is belangrijk omdat als blijkt dat de rol van de erfelijkheid niet groot is, men de beïnvloedende omgevingsfactoren kan opsporen. Als men deze factoren heeft gevonden, dan kan men er actief op ingrijpen en zo eventueel het voorkomen van die bepaalde ziekte terugdringen.

Een eeneiige tweeling ontstaat door splitsing van één eicel. Dit wil zeggen dat deze tweeling genetisch identiek is en de ene tweeling dus een volmaakte kopie is van de andere op erfelijk vlak. Als er een verschil bestaat tussen de twee leden van een eeneiige tweeling dan kan dit enkel (!) te wijten zijn aan de omgeving. Twee-eiige tweelingen zijn erfelijk even verwant als twee broers of zussen. Als hier een onderling verschil optreedt dan is dit niet enkel het gevolg van hun omgeving, maar ook door het feit dat ze genetisch niet identiek zijn. Om te kunnen bepalen wat het aandeel is van de omgeving bij een bepaald kenmerk, dan kan men de eeneiige en twee-eiige tweelingen vergelijken. Via deze methode kan men onderzoeken wat de rol is van erfelijkheid (nature) en de omgeving (nurture). Als eeneiige tweelingen hetzelfde kenmerk vertonen , terwijl dit bij de twee-eiige tweelingen niet het geval is, dan is dit kenmerk zuiver erfelijk bepaald. Wanneer zowel de eeneiige als de twee-eiige tweelingen eenzelfde kenmerk vertonen, dan hebben zowel omgevingsfactoren en erfelijke factoren een invloed op het onstaan van een welbepaald kenmerk. Men kan ook onderzoeken uitvoeren met enkel twee-eiige tweelingen. Dit is bijvoorbeeld zo wanneer men zoekt naar de oorzaken van een meerlingzwangerschap. Men heeft op deze manier al ontdekt dat het krijgen van twee-eiige tweelingen erfelijk bepaald is.

Tweelingen (en meerlingen) zijn dus een goudmijn voor dit soort onderzoeken.

 

Jaarverslagen

 

Jaarverslag EFPTS 2008

Jaarverslag EFPTS 2007

Jaarverslag EFPTS 2006

Jaarverslag EFPTS 2005

Jaarverslag EFPTS 2004

Jaarverslag EFPTS 2003

Jaarverslag EFPTS 2002